ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen uitspraak over verrekening WAO-uitkering en redelijke termijn
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond over de verrekening van een WAO-uitkering over februari 2005. De rechtbank oordeelde dat het UWV het bedrag niet mocht verrekenen omdat het inkomen van appellant anders onder de beslagvrije voet zou komen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Appellant stelde dat ook andere maanden gecorrigeerd moesten worden en dat het UWV onvoldoende had aangetoond dat er nog een schuld bestond. Het UWV stelde dat het bedrag van € 287,59 inmiddels was uitbetaald en dat de procedure zich alleen richtte op februari 2005. Daarnaast had het UWV afgezien van invordering van een openstaande schuld.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht alleen over februari 2005 oordeelde, omdat andere maanden niet in geschil waren en ook in eerdere procedures niet aan de orde waren geweest. De Raad bevestigde dat het UWV had afgezien van invordering van het openstaande bedrag. Verder oordeelde de Raad dat de redelijke termijn van twee jaar voor de gehele procedure geldt en dat geen aanvullende schadevergoeding toekomt omdat sinds de uitspraak van de rechtbank niet meer dan twee jaar was verstreken.
Het hoger beroep werd verworpen, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.