ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 12 juni 2008 uit voor zijn werk als postsorteerder vanwege beperkingen aan zijn rechterarm. Het UWV stelde bij besluit van 15 juni 2010 vast dat appellant geen recht op een WIA-uitkering heeft omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 11 februari 2011 ongegrond verklaard door het UWV.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek naar de medische beperkingen voldoende inzichtelijk en toereikend was. Tevens mocht het UWV uitgaan van het door appellant zelf opgegeven opleidingsniveau bij de beoordeling van geschikte functies.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat onterecht is uitgegaan van opleidingsniveau 2 en dat er geen tolk werd gebruikt bij het onderzoek. De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank en oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de eigen opgave van appellant. Er is geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.