ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij naar eigen zeggen meer beperkingen heeft dan vastgesteld. Het UWV had bij besluit van 23 april 2010 de uitkering geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar op 6 september 2010.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische stukken van behandelaars zijn meegewogen. Ook het arbeidskundig onderzoek werd als juist beoordeeld. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de beoordeling van de arbeidsdeskundige werden als passend en juist beschouwd.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald, maar zonder nieuwe medische stukken of argumenten te overleggen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist is geweest. Het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige ondersteunt dat de geduide functies geschikt zijn voor appellante ondanks enkele signaleringen van mogelijke overschrijding van belastbaarheid.
De Raad ziet geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.