ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekering in Duitsland
Appellante, die tussen 1958 en 1965 in Duitsland voor het Britse leger werkte, kreeg een korting van 12% op haar AOW-pensioen omdat zij niet verzekerd was over bepaalde periodes waarin zij onder Duitse socialeverzekeringswetgeving viel. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees haar aanvraag voor een hoger AOW-pensioen af. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar vernietigde het besluit van de Svb wegens ondeugdelijke motivering.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de korting terecht is gehandhaafd. De exclusieve werking van artikel 12 van Pro Verordening 3/58 bepaalt dat de wetgeving van de lidstaat waar de werkzaamheden zijn verricht van toepassing is, ook als de betrokkene in een andere lidstaat woont. Het feit dat appellante geen Duitse pensioenuitkering ontvangt, doet hieraan niet af.
Verder is niet relevant dat de pensioenvoorziening na het beëindigen van haar werkzaamheden niet kon worden voortgezet. De stelling dat de individualisering van de AOW tot benadeling leidt en appellante in de bijstand drijft, wordt niet gevolgd omdat de rechter de redelijkheid van de Europese verordening en AOW-voorschriften niet kan toetsen.
De Centrale Raad bevestigt daarom het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekering in Duitsland en wijst het hoger beroep af.