ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verwijtbaar verzuim verstrekken gegevens
Appellant ontving sinds 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een huisbezoek in april 2009 verzocht het dagelijks bestuur hem om diverse documenten, waaronder huurovereenkomst en bankafschriften, te overleggen. Hoewel enkele stukken werden aangeleverd, bleven belangrijke bankafschriften en een huurcontract uit. Het bestuur schortte vervolgens de bijstand op en trok deze later in wegens het niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens.
Appellant voerde aan dat het ontbreken van een schriftelijk huurcontract niet verwijtbaar was en dat de hersteltermijn te kort was om de ontbrekende bankafschriften te overleggen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een schriftelijk huurcontract niet aan appellant kon worden tegengeworpen, maar dat het niet binnen de hersteltermijn aanleveren van bankafschriften wel verwijtbaar was. Appellant had vervangende afschriften kunnen opvragen of om een termijnverlenging kunnen verzoeken.
De Raad concludeerde dat het dagelijks bestuur terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 WWB Pro. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet tijdig en volledig aanleveren van gevraagde gegevens wordt bevestigd.