11/3135 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 april 2011, 10/1463 (aangevallen uitspraak)
het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)
Datum uitspraak 5 maart 2013.
Namens appellante heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2013. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Verstraten en haar moeder [naam moeder]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door S.R. Schipperheijn.
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante ontving met ingang van 1 augustus 2009 bijstand naar de norm voor een jongere op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) in aanvulling op een bijdrage op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Zij woonde destijds in bij haar ouders. Namens appellante is op 4 januari 2010 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van een computer.
1.2. Bij besluit van 26 april 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 oktober 2010 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat het door de schulden van het gezin waarvan zij deel uitmaakte niet mogelijk was om te reserveren. Appellante heeft een lening moeten aangaan om de computer te kopen.
4.3. De rechtbank heeft appellante terecht niet in dit betoog gevolgd. Appellante en haar ouders hadden voldoende inkomen om voor de kosten van een computer te kunnen reserveren. Naar vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 6 juli 2010, LJN BN0624) mag het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden - in dit geval van de ouders van appellante - en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die in het individuele geval bijstandsverlening rechtvaardigt. Schulden, dan wel het ontbreken van onvoldoende reserveringsruimte als gevolg daarvan, kunnen niet op de WWB worden afgewenteld. De financiële situatie van appellante heeft overigens niet in de weg gestaan aan de financiering van de computer met een lening.
4.4. De rechtbank heeft het college voorts terecht gevolgd in zijn standpunt dat in wat appellante verder heeft aangevoerd geen grond is gelegen om aan te nemen dat de kosten van de aanschaf van een computer voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.5. Het hoger beroep slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2013.