ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens weigering huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande sinds 2006. Naar aanleiding van een melding van de politie dat een derde bij haar was ingetrokken, voerde de gemeente Utrecht een onderzoek uit. Tijdens een gesprek op 20 oktober 2010 werd besloten tot een huisbezoek, waaraan appellante geen medewerking verleende. Het college beëindigde en trok de bijstand in en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de melding onvoldoende aanleiding gaf voor het gesprek en dat zij psychische problemen had die medewerking aan het huisbezoek belemmerden. Ook stelde zij dat andere minder ingrijpende onderzoeksmethoden mogelijk waren.
De Raad oordeelde dat de melding van de politie, in samenhang met het gesprek, voldoende concrete feiten bevatte om een huisbezoek te rechtvaardigen. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat haar psychische problemen medewerking belemmerden. Andere onderzoeksmethoden waren niet passend. De weigering tot medewerking was onterecht, waardoor het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.