ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Geen hogere toeslag voor woningdeler zonder commerciële relatie tussen ouder en kind
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand met toeslag op de basisnorm wegens woningdeling met zijn moeder. Het college kende een toeslag van 10% toe, omdat volgens het beleid geen commerciële relatie tussen ouder en kind mogelijk is, waardoor geen hogere toeslag van 20% zou gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat het ontbreken van een commerciële relatie niet uitsluit dat een kind rechtens een vergoeding verschuldigd kan zijn voor medegebruik van de woning. Appellant had een huurovereenkomst en betaalde maandelijks € 300 aan zijn moeder.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college voor zover het de toeslag betreft, en bepaalt dat appellant recht heeft op een toeslag van 20% van het netto minimumloon over de periode 7 februari 2011 tot 1 april 2012. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en vergoedt het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt een toeslag van 20% van het netto minimumloon toegekend wegens rechtens verschuldigde vergoeding voor woninggebruik.