ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek intrekking bijstand wegens vermogen
Appellante ontving sinds 1997 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college trok bij besluit van 13 augustus 2008 de bijstand over meerdere periodes in en vorderde de kosten terug, omdat appellante beschikte over vermogen in de vorm van onroerend goed in Spanje. Appellante verstrekte onjuiste informatie over dit vermogen, waardoor zij geen recht had op bijstand.
Appellante verzocht op 11 juni 2009 om herziening van dit besluit en overhandigde koopaktes van woningen in Spanje uit 1981 en 1987. Het college wees dit verzoek af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij vanwege een operatie en revalidatie pas later de benodigde stukken kon overleggen, waaruit zou blijken dat zij ten tijde van het besluit geen vermogen had. De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk was en dat de overgelegde koopaktes geen nieuwe feiten vormden, aangezien appellante hiervan destijds al op de hoogte was en deze gegevens had kunnen aanvoeren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek wordt bevestigd.