ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard door het college. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt appellant dat er sprake is van zeer dringende redenen conform artikel 16, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB), omdat het ontbreken van kiezen op de linker onderkaak zijn eetvermogen beperkt en dit blijvend lichamelijk letsel kan veroorzaken. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt dat voor het toekennen van bijzondere bijstand op grond van zeer dringende redenen een acute noodsituatie moet bestaan die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat een dergelijke acute noodsituatie aanwezig is. Tevens heeft appellant de mogelijkheid gehad een tandartsverklaring te overleggen, maar hiervan geen gebruik gemaakt. Het verzoek om de zaak aan te houden om alsnog een verklaring in te dienen is afgewezen. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzitter E.J.M. Heijs op 6 maart 2013.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie.