ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet overleggen bankafschriften
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf mei 2007. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage heeft het recht op bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellante niet alle gevraagde bankafschriften vanaf augustus 2008 had overgelegd.
Appellante maakte bezwaar en overhandigde kopieën van de meeste bankafschriften, maar niet alle. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en wijzigde de grondslag van het besluit. De voorzieningenrechter vernietigde dit besluit wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat het college niet redelijk had kunnen verzoeken om bankafschriften vanaf augustus 2008 en dat het recht op bijstand op basis van de overgelegde stukken vastgesteld kon worden. De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door niet alle gevraagde gegevens te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand blijft in stand.