ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.J. Govaers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid per 16 april 2007
Appellante heeft sinds 1975 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een ernstig brommerongeval. In 2001 werd haar uitkering verlaagd, wat zij aanvocht. In 2005 meldde zij toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 november 2001, maar het UWV weigerde verhoging. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij zijn standpunt.
In 2008 en 2009 verzocht appellante om herziening van haar uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid per 16 april 2007 na een val van de trap. Het UWV wees dit af omdat het verzoek niet binnen vijf jaar na toekenning/herziening was gedaan en de wachttijd van 104 weken nog niet was verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte niet heeft beoordeeld of per 13 april 2009, na de wachttijd, sprake was van toename van arbeidsongeschiktheid op arbeidskundige gronden. De WAO-uitkering dient daarom per die datum te worden verhoogd naar 80-100%. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante wordt per 13 april 2009 verhoogd naar 80-100% arbeidsongeschiktheid.