ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nabetaling consignatie-uren bij Defensie wegens ontbreken juridische consignatieplicht
Betrokkene, een medewerker bij de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie, verzocht om nabetaling van consignatie-uren over de periode 2006-2007. De commandant wees dit verzoek af, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar feitelijke consignatie en beval een nieuwe beslissing.
De commandant stelde in de nieuwe beslissing dat uit onderzoek bleek dat er geen consignatieplicht in juridische zin was opgelegd, slechts een verzoek tot bereikbaarheid zonder plaats- of tijdsbeperking. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van betrokkene verschilde van die van een collega die wel consignatievergoeding kreeg.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat consignatie een strikte juridische verplichting tot aanwezigheid op een bepaalde plaats inhoudt, zoals vastgelegd in het AMAR en de VROB. Betrokkene was slechts moreel verplicht bereikbaar te zijn, wat geen recht geeft op consignatievergoeding. De commandant werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om nabetaling van consignatie-uren wordt afgewezen omdat geen sprake was van een juridische consignatieplicht.