ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid voor verblijf in hotelkamer
Appellant, werkzaam als Stafofficier Verplaatsingen bij de 11 Luchtmobiele Brigade, maakte een dienstreis naar Suriname van 4 tot en met 10 april 2010. Voor de dagen 4 en 5 april ontving hij een vergoeding voor aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid, en voor 6 tot en met 9 april een lagere vergoeding voor consignatie thuis. Hij verzocht om ook voor deze laatste periode de hogere vergoeding toe te kennen.
De commandant wees dit verzoek af, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet had aangetoond dat hem consignatie in de vorm van aanwezigheidsdienst was opgelegd, mede omdat hij in een hotel verbleef en niet op de werkplek.
De Raad overweegt dat appellant niet formeel geconsigneerd was op zijn hotelkamer, en dat de wettelijke voorwaarden voor consignatie thuis niet volledig waren vervuld. De hogere vergoeding voor aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid wordt niet toegekend voor verblijf op de plaats waar de militair gewoonlijk de nacht doorbrengt, hier de hotelkamer.
De toegekende vergoeding met een herleidingsfactor van 1/10 is gebaseerd op een buitenwettelijke bestendige praktijk, die niet strekt tot het toekennen van de hogere vergoeding van 1/3 in een situatie als die van appellant. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding voor aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid voor verblijf in een hotelkamer wordt afgewezen.