ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig docente, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. Zowel appellante als haar werkgever maakten bezwaar tegen dit besluit. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onjuiste arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij volledig arbeidsongeschikt is en dat de voorgestelde functies haar belastbaarheid overschrijden. De Centrale Raad van Beroep liet een onafhankelijke revalidatiearts onderzoek doen, die de eerdere medische beperkingen bevestigde en geen aanleiding zag voor uitgebreidere beperkingen.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en bevestigde dat de functies passend zijn voor appellante. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WIA-uitkering krijgt omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt en de functies passend zijn.