ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3709

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11-4322 WTOS-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan.

Appellant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad behandelde het verzet op 5 maart 2013, waarbij appellant niet aanwezig was.

De Raad stelde vast dat appellant geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om binnen de in een aangetekende brief gestelde termijn van vier weken de gronden van het verzet in te dienen. Er waren geen feiten of omstandigheden die dit konden rechtvaardigen, waardoor het verzet niet-ontvankelijk werd verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden.

Uitspraak

11/4322 WTOS-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 juni 2011, 10/5 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 14 oktober 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 oktober 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 5 maart 2013, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 oktober 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De Raad stelt in dat verband vast dat appellant geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 2 maart 2012 gestelde termijn van vier weken de gronden van het verzet in te dienen.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit niet aan appellant kan worden verweten, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
8 maart 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
CVG