ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste Functionele Mogelijkheden Lijst
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar het UWV wees dit af omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerste besluit vanwege onvoldoende rekening houden met beperkingen, onder meer ten aanzien van beroepsmatig autorijden, en gaf het UWV de gelegenheid de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan te passen.
Het UWV stelde een nieuwe FML op met meer beperkingen en duidde andere functies aan. Appellant voerde aan dat de beperkingen nog steeds niet volledig waren verwerkt en dat de functies niet passend waren. De Raad volgde echter de bezwaarverzekeringsarts die voldoende had gemotiveerd waarom de beperkingen juist waren verwerkt en de functies passend waren.
De Raad verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, oordeelde dat de FML niet ontoereikend was en dat de functies passend waren. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard; de FML is juist en de functies passend.