ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- A.A.M. Mollee
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ontslag na opheffing functie brugwachter en beoordeling herplaatsingsinspanningen
Betrokkene was sinds 1986 met onderbreking in dienst bij de gemeente Delft en vervulde vanaf 2003 de functie van brugwachter CWI. Deze functie werd per 1 september 2007 opgeheven, waarna betrokkene als herplaatsingskandidaat werd aangewezen. Het college van burgemeester en wethouders verleende ontslag wegens opheffing van de betrekking met een re-integratiefase van zeven maanden. Betrokkene maakte bezwaar tegen het ontslag en het effectueringsbesluit, waarop de rechtbank de besluiten vernietigde vanwege onvoldoende toepassing van de toen geldende bepalingen en onvoldoende zorgvuldigheid in het herplaatsingsonderzoek.
In het nadere besluit trok appellant het ontslagbesluit in en handhaafde het effectueringsbesluit met een aangepaste ontslagdatum. Betrokkene trad per 1 oktober 2010 in dienst bij een andere gemeente. Het hoger beroep van appellant richtte zich op de toepassing van de nieuwe CAR/UR-bepalingen vanaf 1 juli 2008 en de vraag of voldoende herplaatsingsinspanningen waren verricht.
De Raad oordeelt dat de bepalingen van de CAR/UR sinds 1 juli 2008 van toepassing zijn en dat het college de re-integratiefase correct heeft vastgesteld. Het herplaatsingstraject duurde 22 maanden, langer dan de voorgeschreven 18 maanden, en de herplaatsingscommissie concludeerde dat voldoende inspanningen waren verricht. Betrokkene had onder meer hoogtevrees, wat herplaatsing beperkte. Het college heeft passende maatregelen genomen, zoals het inschakelen van een loopbaanadviseur en het aanbieden van sollicitatietrainingen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart de beroepen ongegrond, waarbij ook het besluit van 16 januari 2012 wordt vernietigd.
Uitkomst: De beroepen tegen het ontslagbesluit en het effectueringsbesluit worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd.