ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op loongerelateerde WGA-uitkering na arbeidsongeschiktheid werknemer
Werkneemster was werkzaam als sociaal dienstverlener bij de gemeente Midden-Drenthe en meldde zich op 15 februari 2008 ziek. Na een korte werkhervatting meldde zij zich opnieuw ziek en werd zij op 1 juli 2008 ontslagen. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 15 februari 2008 en beoordeelde haar als volledig arbeidsongeschikt op medische gronden.
De gemeente maakte bezwaar tegen de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering, stellende dat werkneemster niet tot de kring van verzekerden behoorde en dat zij niet de volledige wachttijd had doorlopen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de gemeente ongegrond en stelde vast dat werkneemster recht had op de uitkering van 22 februari 2010 tot en met 21 december 2012.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag door het UWV terecht was en dat de enkele werkwilligheid van werkneemster na deze datum onvoldoende was om haar als arbeidsgeschikt aan te merken. Ook werd bevestigd dat werkneemster de samengestelde wachttijd had doorlopen en volledig arbeidsongeschikt was op de datum van aanvang van de uitkering.
De Raad concludeerde dat het beroep van de gemeente ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering aan werkneemster wordt bevestigd.