ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4838

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-805 AKW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:15 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar dit hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellante stelde in verzet dat zij op 19 januari 2012 een pro forma hogerberoepschrift had gefaxt naar de rechtbank Utrecht, maar dit kon niet worden aangetoond.

De Raad stelde vast dat het faxjournaal van de rechtbank geen ontvangst van het faxbericht vermeldde en appellante kon niet aannemelijk maken dat het faxbericht was verzonden. Tijdens de zitting waren partijen niet verschenen en er werden geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het eerdere oordeel konden wijzigen.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en zag geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 20 maart 2013.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/805 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 december 2011, 11/3190 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 augustus 2012 heeft de Raad het door appellante - zelf - ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 augustus 2012 heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 5 maart 2013, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 augustus 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 31 januari 2012. Het hogerberoepschrift is gedateerd 20 januari 2012, is gericht aan de Raad en is op 3 februari 2012 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet is - wederom - aangevoerd dat appellante op 19 januari 2012 (ook) een pro forma hogerberoepschrift heeft gefaxt naar de rechtbank Utrecht en dat de rechtbank heeft nagelaten dit hogerberoepschrift met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Awb door te zenden aan de Raad.
De Raad heeft in de uitspraak van 10 augustus 2012 vastgesteld dat uit het faxjournaal van de rechtbank Utrecht niet blijkt dat op 19 januari 2012 een faxbericht van appellante is ontvangen en geoordeeld dat appellante ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat een dergelijk faxbericht is verzonden. In verzet zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 10 augustus 2012 onjuist is.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
GdJ