ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4842
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van verzet wegens termijnoverschrijding bij hoger beroep sociale zekerheidsrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep behandeld. Het hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage op het gebied van het socialezekerheidsrecht.
Appellante had het hogerberoepschrift ingediend zonder de vereiste gronden van het hoger beroep. Na een aangetekende aanmaning om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen, werd deze termijn overschreden. De gronden werden pas na afloop van de gestelde termijn ontvangen, met een poststempel van een dag na het verstrijken van de termijn.
Hoewel appellante betoogde dat de gronden tijdig persoonlijk door haar partner in de brievenbus waren gedeponeerd, oordeelde de Raad dat dit niet aannemelijk was gemaakt. Volgens vaste rechtspraak ligt het bewijsrisico van niet-aangetekende verzending bij de afzender. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van de gronden van het hoger beroep.