ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4844
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding griffierecht in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn verzoek om herziening niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
De Raad constateerde dat in haar financiële administratie geen betaling door of namens verzoeker was aangetroffen. Verzoeker stelde dat hij het griffierecht contant per aangetekende brief had voldaan, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist maakten en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt voor een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Partijen waren niet verschenen op de zitting, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 20 maart 2013.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.