ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-5064 AKW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn verzoek om herziening niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

De Raad constateerde dat in haar financiële administratie geen betaling door of namens verzoeker was aangetroffen. Verzoeker stelde dat hij het griffierecht contant per aangetekende brief had voldaan, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen.

De Raad oordeelde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist maakten en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt voor een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Partijen waren niet verschenen op de zitting, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 20 maart 2013.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/5064 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 mei 2012, 11/1855
Partijen:
[A. te B.] (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 20 maart 2013.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 14 december 2012 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 mei 2012, 11/1855, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 december 2012 heeft verzoeker verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 5 maart 2013, waar partijen
- de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 december 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 30 oktober 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In de financiële administratie van de Raad is geen door of namens verzoeker gedane betaling aangetroffen.
In het verzetschrift heeft verzoeker verklaard dat hij het griffierecht per aangetekende brief contant heeft betaald en dat hij, indien het griffierecht de Raad niet mocht hebben bereikt, bereid is het griffierecht opnieuw te voldoen.
De Raad is van oordeel dat verzoeker in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 14 december 2012 onjuist is. Verzoeker heeft de aangetekende verzending niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om verzoeker een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
GdJ
DéCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par le maître T.G.M. Simons en présence de
D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 mars 2013.