ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4863

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11-3323 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een UWV-beslissing. Het UWV nam op 27 juni 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek gegrond was, verwijzend naar de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet. De Raad bepaalde dat het UWV de wettelijke rente over de na te betalen uitkering moet vergoeden, conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast werden de proceskosten begroot op in totaal €1.416,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep.

De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de schade en proceskosten. Voor het griffierecht werd appellante verwezen naar het UWV. De uitspraak werd gedaan door rechter B.M. van Dun en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 20 maart 2013.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

11/3323 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 april 2011, 10/6558 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M. Smit hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 27 juni 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 juli 2012 is namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 27 juni 2012 geheel aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, LJN BV1958.
Nu het Uwv bij besluit van 27 juni 2012 reeds heeft meegedeeld de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden, staat de Raad enkel nog voor de beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,- in beroep en € 472,- in hoger beroep, in totaal € 1.416,-.
Voor vergoeding van het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van schade als hiervoor aangegeven;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.416,-.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2013.
(getekend) B.M. van Dun
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
KR