ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een UWV-beslissing. Het UWV nam op 27 juni 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek gegrond was, verwijzend naar de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet. De Raad bepaalde dat het UWV de wettelijke rente over de na te betalen uitkering moet vergoeden, conform eerdere jurisprudentie. Daarnaast werden de proceskosten begroot op in totaal €1.416,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep.
De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de schade en proceskosten. Voor het griffierecht werd appellante verwezen naar het UWV. De uitspraak werd gedaan door rechter B.M. van Dun en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 20 maart 2013.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep.