ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- K. Wentholt
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering na overname kledingzaak
Appellante ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering en heeft vanaf 2004 een kledingzaak overgenomen. Het UWV herberekende haar uitkering op grond van artikel 44 WAO Pro vanwege inkomsten uit zelfstandige arbeid over 2004-2006 en vorderde €20.110,67 terug wegens te veel ontvangen uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij wist dat haar uitkering afhankelijk was van haar winst uit de onderneming en dat het UWV de restverdiencapaciteit correct had vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met kosten van de overname en dat het UWV te laat was met herberekening en terugvordering.
De Raad overwoog dat de aangevoerde gronden geen nieuwe inzichten boden en dat de kosten reeds waren meegenomen voor zover opgenomen in de verlies- en winstrekeningen. Ook was het UWV niet te laat, aangezien appellante pas in 2009 de jaarstukken aanleverde. De stelling dat appellante niet kon terugbetalen werd niet aannemelijk gemaakt; zij had het bedrag inmiddels volledig voldaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.