ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.Th. Wolleswinkel
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging functiewaardering en rangstoekenning adjudant-onderofficier bij defensie
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, verzocht om herwaardering van zijn functie van junior medewerker techniek en documentatie van adjudant-onderofficier naar eerste luitenant met terugwerkende kracht tot 1998. De minister van Defensie handhaafde de oorspronkelijke waardering en weigerde bevordering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat toetsing van functiewaarderingen terughoudend dient te zijn en vernietiging slechts mogelijk is indien de waardering onhoudbaar is. Uit de functiebeschrijving en het tijdelijk aanhangsel bleek dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn werkzaamheden structureel en substantieel gelijk waren aan die van een medewerker techniek en documentatie. Ook de werkzaamheden als projectmanager voor vredesondersteunende operaties waren niet van structurele aard.
De minister voerde een uitloopbeleid om het aantal uitloopofficieren terug te dringen, wat een redelijke grond vormde om appellant niet te bevorderen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat collega’s die wel bevorderd waren andere functies hadden onder andere omstandigheden. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om appellant niet te bevorderen en de functiewaardering als adjudant-onderofficier te handhaven.