ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Assen die haar beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had vastgesteld dat appellante vanaf 12 februari 2009 geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling die aan het besluit ten grondslag lag voldoende zorgvuldig was voorbereid en daadkrachtig gemotiveerd.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat zij ten onrechte geschikt wordt geacht voor de voorgestelde functies. De Raad heeft deze gronden beoordeeld en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De ingebrachte stukken en verklaringen bevatten geen medisch objectieve bevindingen die het oordeel kunnen wijzigen.
De subjectieve klachtenbeleving van appellante kan volgens vaste rechtspraak niet doorslaggevend zijn bij de vaststelling van arbeidsbeperkingen. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.