ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens niet-tijdig bezwaar tegen herzieningsbesluit
Appellant viel op 25 november 2005 uit zijn werk en kreeg op grond van de Wet WIA een loongerelateerde uitkering toegekend met ingang van 23 november 2007. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot op 8 mei 2012 dat appellant geen recht had op deze uitkering vanwege inkomsten als directeur-grootaandeelhouder die de arbeidsongeschiktheid beïnvloedden.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit op 13 juli 2012, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de brief van 8 mei 2012 wel degelijk een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, voorzien van een bezwaarclausule en gericht op rechtsgevolg.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, waaronder dat de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn en dat het besluit niet duidelijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat het bezwaar de juiste procedure was om gebreken in het besluit aan te kaarten. De Raad zag geen reden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen en bevestigde de afwijzing van het beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 maart 2013 en bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 23 november 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen het herzieningsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.