ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bedrijfskapitaal wegens niet-nakoming betalingsverplichtingen
Appellant ontving in 2007 bedrijfskapitaal in de vorm van een rentedragende lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Na het niet nakomen van betalingsverplichtingen besloot het dagelijks bestuur in 2009 tot terugvordering van het verstrekte bedrag. Appellant verzocht om afkoop van de schuld en stelde dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, onder meer omdat hij volgens een rapport niet geschikt was als ondernemer en de lening onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen heeft.
De Raad overwoog dat het dagelijks bestuur op grond van het Bbz 2004 gehouden is tot terugvordering bij niet-nakoming van betalingsverplichtingen. Dringende redenen om hiervan af te zien zijn alleen aanwezig bij uitzonderlijke, incidentele gevallen met onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. De Raad vond in de aangevoerde omstandigheden geen dringende redenen. Het bedrijfskapitaal was rechtmatig verstrekt, appellant had het kapitaal daadwerkelijk gebruikt en bescherming tegen invordering kan worden gezocht in beslagvrije voetregels.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Leeuwarden. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het bedrijfskapitaal wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen zonder dringende redenen om daarvan af te zien.