ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5904

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/147 WWB-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbWet werk en bijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens voldoende draagkracht

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college had haar bezwaar ongegrond verklaard en ook het verzoek om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure afgewezen.

De rechtbank had het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard. Appellante stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het vangnetkarakter van de WWB en dat het college niet zorgvuldig was geweest bij de draagkrachtberekening.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college de draagkrachtberekening heeft uitgevoerd in overeenstemming met de WWB en het beleid. Appellante beschikte over voldoende draagkracht om zelf in de kosten te voorzien waarvoor zij bijzondere bijstand had aangevraagd. De rechtbank heeft het vangnetkarakter van de WWB niet miskend.

Verder is niet voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding van bezwaarkosten op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het besluit niet is herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid.

Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.

Uitspraak

12/147 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 22 november 2011, 10/987 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)
Zitting heeft : O.L.H.W.I. Korte als voorzitter van de enkelvoudige kamer
Griffier : V.C. Hartkamp
Ter zitting is verschenen : mr. C. van den Bergh, namens het college
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Met een besluit van 11 februari 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 oktober 2009, tot afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), ongegrond verklaard en een verzoek om vergoeding van kosten van de bezwaarprocedure afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellante heeft als beroepsgrond aangevoerd dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met de vangnetfunctie van de WWB. Het college moet de door appellante gemaakte kosten van het bezwaar (en het beroep en hoger beroep) vergoeden omdat bij het besluit van 21 oktober 2009 niet de benodigde zorgvuldigheid is betracht bij de berekening van de draagkracht. Hieraan doet niet af dat de uitkomst van deze berekening in beide besluiten tot hetzelfde resultaat leidt.
In het bestreden besluit heeft het college een draagkrachtberekening gemaakt die in overeenstemming met de WWB en het door het college gehanteerde beleid is. Appellante beschikte over voldoende draagkracht om zelf in de kosten te voorzien waarvoor zij bijzondere bijstand heeft aangevraagd. De rechtbank heeft het vangnetkarakter van de WWB daarom niet miskend. Ook is niet voldaan aan de voor de vergoeding van de bezwaarkosten op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldende voorwaarde dat het besluit van 21 oktober 2009 is herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid. In het bestreden besluit heeft het college het besluit van 21 oktober 2009 weliswaar herroepen voor zover het betrekking heeft op de berekening van de draagkracht, maar gehandhaafd voor zover het de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand betreft. Van herroepen in de zin van de Awb is dan ook geen sprake. Het hoger beroep slaagt daarom niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) O.L.H.W.I. Korte (getekend) V.C. Hartkamp
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep