ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens voldoende draagkracht
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college had haar bezwaar ongegrond verklaard en ook het verzoek om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure afgewezen.
De rechtbank had het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard. Appellante stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het vangnetkarakter van de WWB en dat het college niet zorgvuldig was geweest bij de draagkrachtberekening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college de draagkrachtberekening heeft uitgevoerd in overeenstemming met de WWB en het beleid. Appellante beschikte over voldoende draagkracht om zelf in de kosten te voorzien waarvoor zij bijzondere bijstand had aangevraagd. De rechtbank heeft het vangnetkarakter van de WWB niet miskend.
Verder is niet voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding van bezwaarkosten op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het besluit niet is herroepen wegens een aan het college te wijten onrechtmatigheid.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.