ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Greebe
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-voordragen rechter en nieuwe verlengde opleidingsperiode
Appellante was in opleiding tot rechter en werd niet voorgedragen voor benoeming na een verlengde opleidingsperiode. Het bestuur van de rechtbank handhaafde dit negatieve besluit, waarop appellante beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het negatieve advies waarop het besluit was gebaseerd niet voldoende gemotiveerd was en dat het bestuur niet aannemelijk had gemaakt dat het oordeel op voldoende gronden berustte. Evaluaties toonden een overwegend positief functioneren met enkele verbeterpunten, maar geen aanleiding voor het definitieve negatieve oordeel.
Gezien het ontbreken van verdere schriftelijke informatie en het tijdsverloop achtte de Raad herstel van het gebrek in motivering niet meer mogelijk. Daarom vernietigde de Raad het besluit en bepaalde dat appellante opnieuw een verlengde opleidingsperiode van vier maanden krijgt om haar functioneren te verbeteren.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. De Raad verwierp het verweer van het bestuur dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat het bezwaar terecht inhoudelijk was behandeld.
Uitkomst: Het besluit om appellante niet voor te dragen tot rechter wordt vernietigd en zij krijgt een nieuwe verlengde opleidingsperiode van vier maanden.