ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1996 arbeidsongeschikt als zweminstructeur, ontving een WAO-uitkering die in 2008 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was door een progressieve ziekte en cognitieve beperkingen.
De deskundige voerde meerdere onderzoeken uit, waaronder neurologisch en neuropsychologisch onderzoek, en concludeerde dat de beperkingen van appellant niet objectief medisch vast te stellen waren als gevolg van ziekte, en dat de beperkingen niet in overeenstemming waren met de diagnose frontotemporale dementie. De rechtbank volgde deze deskundige en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische objectieve gegevens in. De Raad verwierp de nieuwe wetenschappelijke publicaties die appellant vlak voor de zitting aanvoerde als strijdig met de procesorde. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV de belastbaarheid van appellant juist heeft vastgesteld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant juist is vastgesteld op 55 tot 65%.