ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische grondslag en juiste belastbaarheid
Appellante, voormalig tandartsassistente, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege nek-, schouderklachten, migraine en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) die beperkingen vastlegde na onderzoek door een verzekeringsarts.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat haar belastbaarheid was overschat, mede door maagklachten en frequente migraineaanvallen. Medische stukken, waaronder rapporten van revalidatieartsen en specialisten, werden overgelegd. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de FML aansloot bij de medische diagnoses en het klinisch beeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen objectieve medische gegevens waren die het standpunt van het UWV onjuist maakten. Hoewel de rechtbank onjuist had overwogen dat maagklachten niet eerder waren gemeld, waren er geen aanwijzingen dat deze klachten de belastbaarheid in de FML beïnvloedden. Ook de frequentie van migraineaanvallen werd niet bevestigd voor de datum in geding.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.