ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woon- en verblijfplaats
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd onderzocht vanwege vermoedens dat zij zonder toestemming in Spanje verbleef bij de vader van haar kinderen. Na gesprekken verklaarde zij geen vast woonadres te hebben en een tijdelijk adres te gebruiken. Het college stelde een termijn voor het aanleveren van een verifieerbaar woonadres, maar appellante nam geen contact op.
Hierop trok het college de bijstand met ingang van 24 september 2010 in. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard omdat zij haar inlichtingenverplichting schond door geen controleerbare woongegevens te verstrekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende meewerkte, ondanks haar stelling dat zij bereikbaar was en het adres van haar zuster had opgegeven. Door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting kon het college het recht op bijstand niet vaststellen, wat rechtvaardigt dat de bijstand werd ingetrokken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.