ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg
Appellante diende een aanvraag om bijstand in als alleenstaande, maar het college wees deze af omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met haar nicht. Het college vorderde ook een voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat geen sprake was van wederzijdse zorg en dat zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was om de verklaringen te begrijpen. De Raad toetste het criterium van gezamenlijke huishouding op basis van hoofdverblijf en wederzijdse zorg.
De Raad concludeerde dat appellante en haar nicht samenwoonden en zorg voor elkaar droegen, zoals blijkt uit gezamenlijke kosten, boodschappen, koken en zorg voor elkaars kinderen. De verklaringen van appellante waren zonder voorbehoud ondertekend en er waren geen feiten die deze in twijfel konden trekken. De taalvaardigheid van appellante was onvoldoende onderbouwd als bezwaar.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens gezamenlijke huishouding met wederzijdse zorg.