ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve mededeling inzake terugvordering bijstand
Appellante ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had bij besluit van 23 februari 2010 de bijstand ingetrokken en de gemaakte kosten teruggevorderd wegens het niet melden van verhuizing. Een brief van 9 oktober 2010 informeerde appellante over een betalingsverplichting, maar het intrekkings- en terugvorderingsbesluit was toen nog niet aan haar bekendgemaakt.
Appellante maakte bezwaar tegen de brief van 9 oktober 2010, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was en geen rechtsgevolgen had. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de brief van 9 oktober 2010 inderdaad geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het intrekkings- en terugvorderingsbesluit pas later bekend werd gemaakt. De mededeling is informatief en niet gericht op rechtsgevolgen. Daarom is het bezwaar niet-ontvankelijk. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond tegen het bestreden besluit en vernietigt dit besluit, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke intrekkings- en terugvorderingsbesluit in stand blijven.
Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante, die worden vastgesteld op in totaal €1.888,-.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief is niet-ontvankelijk omdat deze geen besluit is en geen rechtsgevolgen heeft.