ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks bloeddrukklachten en beperkte intelligentie
Appellant ontving tot 10 januari 2007 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na melding van verslechterde gezondheid in december 2007 kende het UWV hem per 11 januari 2008 opnieuw een WAO-uitkering toe. Deze werd echter ingetrokken met ingang van 16 februari 2010, een besluit dat bij bezwaar en rechtbank ongewijzigd bleef.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de intrekking onterecht was vanwege bloeddrukklachten die kort na die datum ontstonden en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn zwakbegaafdheid. De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de intrekking per 16 februari 2010 en dat latere ontwikkelingen buiten beschouwing blijven.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de hypertensie van appellant adequaat werd behandeld en stabiel was volgens de behandelend internist-nefroloog. De toekenning van een Ziektewetuitkering per 29 maart 2010 veranderde hier niets aan. Ook de arbeidskundige rapportages waren voldoende gemotiveerd en hielden rekening met de beperkte intelligentie en taalvaardigheid van appellant. De functies, behalve die van sorteerder, waren passend.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de intrekking van de WAO-uitkering per 16 februari 2010 bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 februari 2010 wordt bevestigd.