ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering bij niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid door schouderklachten en somatoforme aspecten
Appellant raakte arbeidsongeschikt na een ongeval met zijn snorfiets op 24 november 2008, met klachten aan zijn rechterschouder. Het UWV stelde op 16 december 2010 vast dat appellant volledig arbeidsongeschikt was en kende een WGA-loonaanvullingsuitkering toe. Appellant betwistte dit en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en aanspraak maakte op een IVA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek voldoende was en er aanwijzingen waren dat de arbeidsmogelijkheden konden verbeteren door behandeling en revalidatie. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en stelde dat het onderzoek ontoereikend was en dat blijvende ernstige beperkingen bestonden.
De Raad oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was omdat de bezwaarverzekeringsarts op grond van eigen onderzoek somatoforme aspecten constateerde en een redelijke verwachting bestond dat de belastbaarheid zou verbeteren door multidisciplinaire revalidatie. De Functionele Mogelijkheden Lijst hield rekening met actuele belastbaarheid en pijnonderhoudende factoren. Het hoger beroep werd afgewezen, maar het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt niet als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt erkend.