ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inschaling accountant bij Belastingdienst en verboden onderscheid op grond van geslacht en ras
Appellante, een accountant bij de Belastingdienst, stelde dat haar aanvangssalaris lager was vastgesteld dan dat van een mannelijke collega (de maatman) die dezelfde functie vervulde, wat volgens haar verboden onderscheid op grond van geslacht en ras betekende. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in haar voordeel, maar de staatssecretaris verwierp dit oordeel en handhaafde de inschaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de staatssecretaris dezelfde beloningsmaatstaven op appellante en de maatman had toegepast, waarbij opleiding, werkervaring en arbeidsmarktoverwegingen een rol speelden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep en stelde dat het verschil in inschaling verklaard kon worden door objectieve factoren en dat de beoordelingsvrijheid van de staatssecretaris binnen de grenzen van wet- en regelgeving was uitgeoefend.
De Raad merkte op dat het salaris van de maatman mogelijk uitzonderlijk hoog was en daarom ongeschikt als maatstaf voor de inschaling van appellante, maar dat dit niet leidde tot een ongerechtvaardigd onderscheid. Er was geen bewijs dat de beloningsmaatstaven ongelijk waren toegepast of dat subjectieve elementen tot wezenlijke verschillen hadden geleid. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de inschaling van appellante wordt bevestigd zonder dat sprake is van verboden onderscheid.