ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, een voormalig zelfstandig programmeur, ontving sinds 1996 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ. Het UWV trok deze uitkering per 23 april 2009 in, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en deugdelijk waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen waren onderschat, dat bepaalde aspecten van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist waren beoordeeld, en dat de gehanteerde functies en het Schattingsbesluit onjuist waren toegepast. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts uitgebreid en inzichtelijk was, en dat de conclusies niet aan twijfel onderhevig waren.
De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de belasting van de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellant bleef. Het standpunt dat een combinatie van parttime en fulltime functies onjuist was toegepast, werd verworpen op basis van bestaande rechtspraak. De Raad bevestigde dat het juiste Schattingsbesluit, dat gold tot 1 oktober 2004, van toepassing was.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering van appellant.