ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over terugwerkende kracht en recht op kinderbijslag bij late aanvraag
Appellant, woonachtig in Marokko sinds circa 1978, ontving kinderbijslag voor zijn vijf kinderen uit zijn eerste huwelijk. De Svb had de aanspraak op kinderbijslag over het eerste kwartaal 1989 tot en met het eerste kwartaal 1990 ontzegd en de ten onrechte betaalde bedragen teruggevorderd. Na diverse procedures en onderzoeken, waaronder een onderzoek in Marokko, werd kinderbijslag toegekend vanaf het vierde kwartaal 1998 voor twee van de kinderen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de kinderbijslag ten onrechte vanaf 1989 was ingetrokken en dat het telefonisch contact in juni 1998 als een aanvraag moest worden beschouwd, waardoor de beoordeling van het recht op kinderbijslag eerder had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde dat de Svb dit telefoongesprek als aanvraag moest aanmerken en dat de beoordeling van het recht op kinderbijslag ten onrechte niet was verricht vanaf het tweede kwartaal 1997.
De Raad stelde vast dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor kinderbijslag voor twee kinderen die toen ouder dan 18 jaar waren en niet voldoende werden onderhouden. Voor de andere kinderen kon op basis van de beschikbare gegevens geen definitief oordeel worden gegeven. De Raad droeg de Svb op binnen zes weken het besluit van 20 december 2004 te herstellen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van de Svb en draagt op het recht op kinderbijslag over het tweede kwartaal 1997 tot en met het eerste kwartaal 1998 opnieuw te beoordelen.