ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum en redelijke termijn bij aanvraag AOR-invaliditeitsuitkering
Appellant, geboren in 1934, diende in januari 2005 een aanvraag in voor een periodieke invaliditeitsuitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Deze werd geweigerd omdat appellant ouder was dan 70 jaar en niet meer op arbeidsinkomen was aangewezen. Een hernieuwde aanvraag op 24 november 2008 leidde tot toekenning van de uitkering per 1 november 2008, maar appellant stelde dat de ingangsdatum eerder had moeten zijn.
De Raad oordeelde dat de hernieuwde aanvraag niet binnen één jaar na de uitspraak van 8 november 2006 was ingediend, zoals vereist voor terugwerkende kracht tot die datum. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Gezien de duur van de bezwaar- en beroepsprocedure werd vermoed dat de redelijke termijn was overschreden. Daarom werd het onderzoek heropend om een nadere uitspraak over de schadevergoeding voor te bereiden, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.