ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft op 3 januari 2010 een WAO-uitkering aangevraagd met de stelling dat hij sinds september 1994 arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat er geen periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld. De rechtbank Arnhem heeft deze weigering bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel overgenomen.
De Raad oordeelt dat de door appellant overgelegde brief van GGZ Centraal onvoldoende informatie bevat over de aard, omvang en duur van de beperkingen. Daarnaast ontbreekt informatie over de periode tussen 1994 en 2002, waardoor het niet mogelijk is om de duur van de arbeidsongeschiktheid vast te stellen.
Appellant verzocht ter zitting om benoeming van een onafhankelijke deskundige, maar dit verzoek werd afgewezen omdat ook een deskundige geen objectieve gegevens uit 1994 kan verkrijgen om de beperkingen te beoordelen. De Raad erkent de moeilijke bewijspositie van appellant, maar kan op basis van de beschikbare gegevens niet anders oordelen dan de rechtbank en bevestigt de geweigerde WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen wegens ontbreken van een periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.