ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8346

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/6116 WAO-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft op 3 januari 2010 een WAO-uitkering aangevraagd met de stelling dat hij sinds september 1994 arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat er geen periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld. De rechtbank Arnhem heeft deze weigering bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel overgenomen.

De Raad oordeelt dat de door appellant overgelegde brief van GGZ Centraal onvoldoende informatie bevat over de aard, omvang en duur van de beperkingen. Daarnaast ontbreekt informatie over de periode tussen 1994 en 2002, waardoor het niet mogelijk is om de duur van de arbeidsongeschiktheid vast te stellen.

Appellant verzocht ter zitting om benoeming van een onafhankelijke deskundige, maar dit verzoek werd afgewezen omdat ook een deskundige geen objectieve gegevens uit 1994 kan verkrijgen om de beperkingen te beoordelen. De Raad erkent de moeilijke bewijspositie van appellant, maar kan op basis van de beschikbare gegevens niet anders oordelen dan de rechtbank en bevestigt de geweigerde WAO-uitkering.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen wegens ontbreken van een periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

11/6116 WAO-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 september 2011, 11/911 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting zijn verschenen: Appellant in persoon. Namens het Uwv is verschenen
mr. P.J. Reith.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Appellant heeft op 3 januari 2010 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aangevraagd. Hij heeft hierbij aangegeven vanaf september 1994 arbeidsongeschikt te zijn. Het Uwv heeft geweigerd hem een WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er vanaf september 1994 geen periode is aan te wijzen waarin appellant 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.
2.1. De Raad oordeelt dat de rechtbank dit met juistheid heeft overwogen. De brief van GGZ centraal van 21 november 2012 geeft onvoldoende informatie over de aard, omvang en duur van eventuele beperkingen. Ook over de jaren erna tot 2002 is niets bekend, zodat er, ook al zou er in 1994 arbeidsongeschiktheid zijn geweest, niets over de duur ervan gezegd kan worden.
2.2. Appellant heeft ter zitting de Raad verzocht een onafhankelijke deskundige te benoemen. Dit verzoek wordt niet ingewilligd. Een deskundige heeft evenmin de beschikking over objectieve gegevens uit 1994 en kan dan ook niets zeggen over de beperkingen van appellant in die periode.
2.3. De Raad begrijpt dat appellant in een zeer moeilijke bewijsrechtelijke positie verkeert, maar kan op basis van de aanwezige gegevens niet komen tot een ander oordeel dan de rechtbank, zoals is weergegeven in de aangevallen uitspraak.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
NW