ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder bijzondere omstandigheden
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij vanaf 18 april 2011 geen recht meer had op een ziekengelduitkering. Dit bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn van zes weken en door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bijzondere omstandigheden waren gebleken die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en oordeelde dat het afwachten van een medisch advies geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding opleverde. Ook het beroep op schending van het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel faalde.
In hoger beroep herhaalde appellante dat zij door een medewerker van het UWV was geïnformeerd dat zij eerst een advies van haar Duitse arts moest afwachten, waardoor het voor haar duidelijk was dat het zinloos was om tijdig bezwaar te maken. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij onjuist was voorgelicht.
Hierdoor werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.