ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing WIA-uitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering, omdat hij al arbeidsongeschikt was bij aanvang van de verzekering. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, waarna het Uwv dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank bevestigde deze beslissing en stelde vast dat het verzuim van de professionele bewindvoerder, die namens appellant handelde, voor rekening en risico van appellant komt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn feitelijke wilsonbekwaamheid ertoe zou moeten leiden dat het verzuim van zijn bewindvoerder niet voor zijn rekening komt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het handelen of nalaten van de bewindvoerder als vertegenwoordiger van appellant voor diens rekening en risico komt, zoals ook in eerdere jurisprudentie is bevestigd.
Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 april 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening.