ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare overschrijding bezwaartermijn
Appellant diende bezwaar in tegen een besluit van het UWV waarin werd meegedeeld dat hij geen arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg vanwege onvoldoende mate van arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke bezwaartermijn was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, omdat appellant het bezwaarschrift pas na afloop van de termijn persoonlijk had ingediend en geen verschoonbare omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de gehele termijn niet in staat was bezwaar in te dienen. De door appellant aangevoerde gronden waren grotendeels een herhaling en boden geen reden tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.