ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.Th. Wolleswinkel
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens niet meewerken aan re-integratie
Appellante was werkzaam als administratief medewerker bij de gemeente Utrecht en was sinds september 2008 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Na een periode van ziekte meldde zij zich in april 2010 geheel ziek. De bedrijfsarts oordeelde dat zij vanaf 4 mei 2010 gedeeltelijk kon werken, maar appellante vertrok die dag voortijdig van het werk. Het college van burgemeester en wethouders sommeerden haar om op 6 mei 2010 te werken, bij niet-naleving werd de bezoldiging gestopt en dreigde ontslag.
Appellante kwam niet opdagen en het college startte de ontslagprocedure op 11 mei 2010, nog voordat het UWV zijn oordeel had gegeven. Appellante stelde zich op het standpunt dat de ontslagprocedure voortijdig was gestart en dat zij zich op 19 mei 2010 weer beschikbaar stelde voor werk. Het UWV oordeelde echter dat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht de ontslagprocedure was gestart, omdat de loonsanctie onvoldoende effect had en er geen procedurele belemmeringen waren. Het feit dat appellante de sommatie pas laat opende en zich later herstelde, deed hieraan niet af. De Raad bevestigde daarmee het ontslagbesluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van appellante wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.