ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8836

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11-5743 Wajong
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling arbeidsongeschiktheid voor zeventiende jaar bij weigering Wajong-uitkering

Betrokkene vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd omdat niet vaststond dat de arbeidsongeschiktheid al voor zijn zeventiende jaar bestond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende medische stukken dit onderbouwden.

Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de arbeidsongeschiktheid van betrokkene inderdaad al voor zijn zeventiende jaar bestond. De Raad stelde vast dat de uitkomst van een IQ-test, afgenomen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), relevant is ongeacht het doel van de test. Daarnaast toonden rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en een school voor voortgezet speciaal onderwijs aan dat betrokkene reeds voor zijn zeventiende jaar een verstandelijke handicap had.

De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een ernstig hoofdtrauma of hersenziekte die de handicap verklaart, waardoor het aannemelijk is dat de arbeidsongeschiktheid al bestond voor het zeventiende jaar. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank Amsterdam voor zover dat het besluit vernietigde en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

11/5743 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2011, 11/204 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 26 april 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2012. Appellant was vertegenwoordigd door mr. A.H. Knigge. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. J.A. de Jonge.
Ter zitting is het onderzoek geschorst.
Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 1 februari 2013. Appellant was vertegenwoordigd door mr. J. Koning. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 27 mei 2010 heeft appellant geweigerd om aan betrokkene een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen.
1.2. Bij besluit van 1 december 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2010 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat appellant zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat betrokkene pas na zijn zeventiende verjaardag ingezetene was van Nederland. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat appellant ten onrechte heeft bepaald dat bij betrokkene al voor zijn zeventiende jaar sprake was van een verstandelijke handicap ten gevolge waarvan hij arbeidsongeschikt was en is gebleven. Er zijn te weinig medische stukken die dat standpunt onderbouwen. Uit de IQ-test die door de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) is afgenomen, blijkt dit niet. Deze test is immers niet afgenomen in het kader van de Wajong en er blijkt ook niet uit dat de verstandelijke handicap zich voor het zeventiende jaar manifesteerde. De rechtbank heeft vervolgens het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover daarin is bepaald dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene al bestond voor zijn zeventiende verjaardag. Appellant heeft de opdracht gekregen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen is bepaald in de uitspraak. Tevens heeft de rechtbank beslissingen genomen inzake vergoeding van proceskosten en griffierecht.
3.1.1. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat betrokkene voor zijn zeventiende jaar al arbeidsongeschikt was. Er zijn voldoende medische stukken waar dit uit blijkt.
3.1.2. Betrokkene heeft geen hoger beroep ingesteld. Om die reden is nu alleen in geschil de vraag of de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat niet vaststaat dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene al bestond voor zijn zeventiende verjaardag.
3.2. Deze vraag wordt door de Raad ontkennend beantwoord. Daartoe wordt als volgt overwogen.
3.3. Voor de uitkomst van een IQ-test is het niet relevant met welk doel deze is uitgevoerd. De uitkomst van deze IQ-test, die is afgenomen door de IND, zal niet anders zijn dan wanneer deze is afgenomen in opdracht van appellant. Ook uit andere stukken blijkt genoegzaam dat betrokkene voor zijn zeventiende jaar verstandelijk gehandicapt was. In het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 24 mei 1996 - toen betrokkene zestien jaar was - staat dat betrokkene bekend was met leerproblemen en naar speciaal onderwijs is verwezen. Uit het rapport van De Poort, school voor voortgezet speciaal onderwijs, blijkt ook dat er bij betrokkene gedurende zijn schooltijd al sprake is van een verstandelijke handicap. Tevens blijkt daar uit dat betrokkene moeilijk lerend is en een grote leerachterstand heeft met een beneden gemiddelde intelligentie. Nu bij betrokkene geen sprake is geweest van een ernstig hoofdtrauma met ernstig hersenletsel of een ziekte met restverschijnselen aan de hersenen acht de Raad het voldoende aannemelijk dat de arbeidsongeschiktheid bij betrokkene al bestond voor zijn zeventiende jaar.
4. Uit 3.2 en 3.3 blijkt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor vernietiging in aanmerking komt. Het beroep wordt alsnog ongegrond verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 1 december 2010 ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter en K. Wentholt en D.J. van der Vos als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2013.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) I.J. Penning
QH