ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- K. Wentholt
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na heroverweging arbeidsongeschiktheid op juiste grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WGA-uitkering te beëindigen per 15 juni 2010, omdat hij meende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en geoordeeld dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde aan dat zijn medische situatie was verslechterd en dat een medisch deskundige benoemd moest worden. De Raad verwierp deze verzoeken omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht en achtte de heroverweging van de arbeidsongeschiktheid op juiste medische en arbeidskundige gronden berust.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat appellant geen recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 15 oktober 2009 en dat de beëindiging van de uitkering met ingang van 15 juni 2010 niet in strijd was met het beginsel van reformatio in peius. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering op juiste medische en arbeidskundige gronden.