ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag na herziening WAO-uitkering wegens ontbreken recht in 1999
Appellant, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontvangt en in 1995 naar Marokko is verhuisd, vroeg kinderbijslag aan na herziening van zijn WAO-uitkering naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 27 van Pro KB 746, met name omdat hij in het vierde kwartaal van 1999 geen recht op kinderbijslag had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in met een beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat de Svb hem nooit ondubbelzinnig had gewezen op de voorwaarden. De Raad oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan door de Svb.
Verder had appellant bij zorgvuldige lezing van het besluit van 1 september 2005 moeten begrijpen dat de overgangsregeling alleen geldt voor personen die in het vierde kwartaal van 1999 daadwerkelijk of theoretisch recht hadden op kinderbijslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag bevestigd.