ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten kinderopvang wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontvangt bijstand op grond van de WWB en verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van kinderopvang voor haar dochter. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten worden beschouwd als periodiek voorkomende algemeen noodzakelijke kosten die uit het inkomen moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij bijzondere omstandigheden had, zoals de zorg voor haar zus die geen bijstand ontvangt, waardoor zij niet in staat was de kosten te voldoen. Tevens stelde zij dat het college ten onrechte een medische indicatie verlangde.
De Raad overwoog dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en niet uit de algemene bijstandsnorm kunnen worden voldaan. De zorg voor de zus wordt niet als bijzondere omstandigheid gezien en de vader van het kind heeft uiteindelijk de kosten voldaan. Een medische indicatie was niet vereist. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor kinderopvangkosten bevestigd.